Archive ‘It’ ‘Madame’: Ria Pacquée over performance, tentoonstellingen en archiefvorming
Vanaf het einde van de jaren zeventig begint Ria Pacquée (°1954, Merksem) met het ontwikkelen van een veelzijdig oeuvre, waarin vooral performance en fotografie centraal staan. Via personages zoals ‘It’ en ‘Madame’ beweegt Pacquée zich in de publieke ruimte, waar ze situaties creëert die tegelijk absurd, ongemakkelijk en alledaags kunnen aanvoelen. Zonder academische kunstopleiding bouwde Pacquée haar artistieke praktijk op als autodidact via contacten binnen lokale en alternatieve kunstscènes. Een professioneel kunstenaarschap was niet haar doel; Pacquée’s praktijk groeide eerder organisch vanuit een verlangen om iets te doen, voortkomend uit haar interesses, observaties en ontmoetingen. Figuren als Luc Steels, Marc Verreckt en Danny Devos introduceerden haar in de wereld van happenings en performance. Tegelijk vormden plekken als het Internationaal Cultureel Centrum (ICC), Ercola, Montevideo, Ruimte Z en Lokaal 01 belangrijke contexten voor haar vroege artistieke parcours. Van daaruit ontwikkelde Pacquée geleidelijk een praktijk die zich niet beperkte tot Antwerpen of België, maar zich verder uitbreidde naar uiteenlopende artistieke scènes in binnen- en buitenland, met performances en expo’s in onder meer Cirque Divers, Luik (1980), Space 626 and A’s, New York (1980), Gallery Diagonale, Parijs (1980) en Kaaitheater, Brussel (1981). Pacquée was eveneens nauw verbonden met Guillaume Bijl, met wie ze in 1982 gedurende korte tijd Ruimte Z Aksent runde. In 1986 stond ze samen met Bijl ook mee aan de basis van Initiatief d’Amis, een alternatieve tentoonstelling die reageerde op de beperkte selectie Belgische kunstenaars binnen Chambres d’Amis en Initiatief 86. Vanaf de jaren negentig kreeg Pacquée’s werk ook steeds meer institutionele zichtbaarheid, met onder meer solotentoonstellingen in de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst (1991), de Kunsthalle in Wenen (1992) en De Brakke Grond in Amsterdam (1993). In de decennia nadien volgden verdere museale presentaties en overzichtstentoonstellingen, waaronder Desert of Fragments in M HKA (2001), SLAM, RAMBLE, PERFORM in Cultuurhuis de Warande (2018) en They Are Looking at Us, We Are Looking at Them in het Middelheimmuseum (2019). Parallel aan haar tentoonstellingen bleef ook de publieke ruimte een constante binnen Pacquée’s praktijk, niet als alternatief voor instituties, maar vanuit een blijvende fascinatie voor de straat en het alledaagse.
Archief Ria Pacquée. Foto: CKV (2025).
Pacquée omschrijft zichzelf als iemand die vooral in het moment leeft en lange tijd nauwelijks bezig was met verleden, carrièreplanning of nalatenschap. Die houding weerspiegelt zich ook in haar archief: installaties werden vernietigd, performances vaak beperkt gedocumenteerd en materialen geregeld weggedaan vanuit een verlangen om ballast te vermijden en plaats te maken voor nieuwe ideeën en nieuw werk. Toch ontwikkelde zich binnen die ogenschijnlijk anti-archivistische houding een subjectieve vorm van ordenen, verzamelen en bewaren. Doorheen de jaren ontstond er een omvangrijk beeldarchief, dat enerzijds documentatie van performances en tentoonstellingen bevat, maar anderzijds ook bestaat uit foto’s die Pacquée maakte tijdens wandelingen en reizen. Deze fotografische observaties worden door de kunstenares thematisch geordend in digitale verzamelingen rond terugkerende motieven en functioneren daarbij niet louter als documentatie, maar ook als mogelijk vertrekpunt voor nieuwe performances en installaties. Pacquée’s omgang met het archief, krijgt ook expliciet vorm in het werk Archief van beperkt gedocumenteerde performances (1980-2015). Deze installatie bestaat uit polaroids, fotoafdrukken, brochures en ander documentatiemateriaal rond performances en ontstond, niet toevallig tijdens de coronacrisis, vanuit de nood om fragmentarisch bewaarde performances opnieuw zichtbaar te maken.
Doorheen haar parcours bleef Pacquée trouw aan de intuïtieve en onafhankelijke houding waarmee haar praktijk ontstond. Wat groeide vanuit spontane acties, observaties en tijdelijke situaties, blijkt vandaag van blijvend belang voor de geschiedenis van performance en beeldende kunst in België. Juist omdat Pacquée haar archief nooit bewust als retrospectief project benaderde, weerspiegelt het nog steeds de intuïtieve en compromisloze attitude die haar praktijk van bij het begin heeft gekenmerkt.
Lees hier het volledige interview.