Meer dan ‘Performan’: het veelzijdige parcours van Danny Devos

Danny Devos (°1959, Vilvoorde) geldt als een van de pioniers van de Belgische performancekunst. Tussen 1979 en 2025 realiseerde hij maar liefst 176 performances, waarbij hij regelmatig de grenzen van zijn lichaam opzocht door bijvoorbeeld zichzelf met een scheermesje in de borst te snijden, of door zichzelf herhaaldelijk van een trap te laten vallen.  Zijn performances fungeren daarenboven vaak als kritisch instrument om machtsverhoudingen binnen de kunstwereld bloot te leggen en de precaire positie van de kunstenaar te belichten. Devos’ engagement manifesteert zich overigens ook op beleidsmatig niveau. In samenwerking met onder meer advocate en voormalig politica Yasmine Kherbache speelde hij vanuit het NICC namelijk een sleutelrol in de totstandkoming van het kunstenaarsstatuut in België. Samen met zijn echtgenote, de kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven, richtte Devos in 1981 ook nog de noiseband Club Moral op. Onder dezelfde naam organiseerde het duo eveneens tal van tentoonstellingen, concerten, lezingen, filmvoorstellingen, performances van andere kunstenaars en gaven ze in totaal vijftien nummers van het magazine Force Mental uit.

Archief Danny Devos. Foto: CKV (2025)

Wanneer Devos in 1979 zijn eerste performance, Installation – 1 (1979), uitvoert tijdens een feest aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten staat deze discipline in ons land op institutioneel vlak nog in zijn kinderschoenen. De kunstenaar hoeft met zijn confronterende actie dan ook niet op veel bijval te rekenen, zoals blijkt uit een brief van Wim Van Mulders gericht aan Devos enkele weken na de feiten. Devos vindt in die periode echter snel aansluiting bij gelijkgestemden in binnen- en buitenland met wie hij regelmatig correspondeert en materiaal uitwisselt. Tot op vandaag blijft hij kiezen voor acties met een fysieke intensiteit die bewust ongemak, weerstand en confrontatie omarmen. Tegelijkertijd distantieert Devos zich van enige vorm van zelfmythologisering, zoals hij die bij sommige performancekunstenaars ziet, waar het imago van de kunstenaar belangrijker wordt dan de daad zelf.

Archief Danny Devos. Foto: CKV (2025)

Parallel aan zijn performances ontwikkelde Devos een sculpturale praktijk die hoofdzakelijk vertrekt vanuit een diepgaande fascinatie voor seriemoordenaars. Hierin evoceert hij aan de hand van quasi klinisch opgebouwde installaties zowel de psychologische complexiteit als de maatschappelijke fascinatie rondom geweld en afwijkend gedrag.  In veel van deze werken hanteert Devos archivalische ordeningsprincipes, waarbij het classificeren en rangschikken van beelden en andere materialen niet louter een methodiek is, maar een bewuste artistieke strategie om betekenis te genereren. Wat op het eerste gezicht choqueert, zet bij Devos vooral aan tot reflectie, onder meer over ethische grenzen, onze culturele omgang met geweld, en ook impliciet over parallellen tussen het creatieve proces van de kunstenaar en het ritueel van de seriemoordenaar. Deze interesse gaat terug tot Devos’ jeugdjaren en de mediacultuur van de jaren 1960, waarin de moord op John F. Kennedy en het beeldmateriaal van de arrestatie van Lee Harvey Oswald diepe indruk op hem maakten.

Daarnaast heeft Devos altijd een scherp oog gehad voor de mogelijkheden van nieuwe media en het internet. Zijn blogs functioneren als autonome kunstwerken, en in recente jaren verkende hij ook de mogelijkheden van artificiële intelligentie en 3D-printing. De websites die hij voor zowel zichzelf als voor Anne-Mie Van Kerckhoven en Club Moral maakte, gaan veel verder dan de standaard kunstenaarswebpagina. Deze sites functioneren effectief als publiek toegankelijke relationele databases, waarin uiteenlopende documenten zoals beeldmateriaal, bibliografieën en zelfs volledige 3D-renders van tentoonstellingen met elkaar verbonden zijn. Op het sociale mediaplatform Instagram ontsluit Devos eveneens een deel van zijn artistieke activiteiten aan de hand van documenten uit zijn archief. Achter de schermen ontwikkelde hij bovendien de collectie-inventarissystemen voor zowel zichzelf en Anne-Mie Van Kerckhoven.

Danny Devos in zijn archief. Foto: CKV (2025)

Danny Devos is een figuur die vanuit verschillende invalshoeken ontegensprekelijk een invloed heeft gehad op het beeldende kunstenveld vanaf de jaren 1980. Zijn archief weerspiegelt het multidisciplinaire karakter van zijn (artistieke) activiteiten en is daarom relevant voor uiteenlopende domeinen: van performancekunst, muziek en beeldende kunst, tot vragen rond beleid en de werking van artist-run organisaties. Devos’ langdurige fascinatie voor seriemoordenaars leidde bovendien tot het systematisch verzamelen van een grote hoeveelheid documentair materiaal rond deze figuren. Daardoor raakt het archief ook aan interessegebieden buiten de kunstgeschiedenis, zoals criminologie, mediastudies en cultuurgeschiedenis. Bovendien kan het archief van Devos niet los worden gezien van dat van Anne-Mie Van Kerckhoven, met wie hij meer dan vier decennia lang samenwerkte en een gedeeld ecosysteem van projecten en digitale infrastructuren opbouwde. Binnen het traject dat zich richt op kunstenaarsarchieven sinds de jaren 1970 heeft CKV alvast de structuur van Devos’ archief in kaart gebracht aan de hand van een archiefbeschrijving. Aanvullend hierop vond er een uitgebreid gesprek plaats met de kunstenaar, waarin Devos terugblikt op zijn parcours en reflecteert over mogelijke strategieën rond behoud, ontsluiting en toekomstige toegang tot het archief. Daarbij benadrukt hij expliciet het belang van het samenhouden van de verschillende lagen en deelarchieven—van de samenwerking met Van Kerckhoven en Club Moral tot het documentair materiaal rond seriemoordenaars—omdat net die hybriditeit volgens hem essentieel is om zijn praktijk in haar volle complexiteit te kunnen blijven begrijpen.

 

Lees hier het volledige interview.

wiki e