De veelzijdigheid van een galerie schuilend achter een barokke kapelgevel: Het onderzoeks- en archiefwerk van Galerie St.- John
Foto anon., 01/04/1976, Gent Bij Sint-Jacobs 15A. Gedigitaliseerd en beheerd door Agentschap Ontroerend Erfgoed. Id beeld: 407720. https://id.erfgoed.net/afbeeldingen/407720
Verschuivende visie rondom het concept ‘galerie’. De complexiteit en gelaagdheid achter Galerie St.- John.
Al langer heb ik interesse in galerieën, met hun vaak zorgvuldige selectie van kunstwerken en doordachte opstellingen. Toch apprecieerde ik vaak enkel de vitrine, en vond ik het te intieme en confronterende plekken om daadwerkelijk binnen te gaan. Ook had ik om eerlijk te zijn voor de aanvang van mijn stage een wat kortzichtig beeld van galerieën in het algemeen: ik beschouwde ze als een sterk gekapitaliseerde vorm van de kunstwereld. Tijdens mijn stage bleek dat mijn visie niet overeenstemde met de dagelijkse werking van een galerie. Natuurlijk is het economisch aspect belangrijk, maar een galerie is zoveel meer dan louter de aan- en verkoop van kunstwerken. Achter Galerie St.- John schuilt er een enorme hoeveelheid werk, gelaagdheid, weloverwogen selectie, onderzoek en passie.
Galerie St.- John is een kunst- en antiekgalerie gelegen aan de Vlasmarkt in Gent. Het is een familiebedrijf van zus en broer Emmy Steel en Raf Steel, beiden afgestudeerd in Kunstgeschiedenis ( heden Kunstwetenschappen) aan de Universiteit Gent. De galerie specialiseert zich in 19de – en 20ste -eeuwse beeldende en toegepaste kunst, maar beperkt zich daar niet uitsluitend toe. Mijn fascinatie voor de galerie begon enkele jaren geleden bij de gevel van het gebouw: een 18de – eeuwse barokke kapel, die ongetwijfeld de aandacht van elke voorbijganger trekt. De voormalige kapel biedt sinds 1980 onderdak aan deze bijzondere galerie. Raf Steel en Emmy Steel hebben gedurende de afgelopen dertig jaar een uitgebreide bibliotheek en archief opgebouwd; het archief en de bibliotheek waren de onderdelen waarop ik mij tijdens mijn stage vooral heb gefocust.
Elisabeth Vissitch
Takenpakket stage: Tentoonstellingscatalogi opmaken én inventariseren
Allereerst kreeg ik de bijzondere kans om mee te helpen aan de tentoonstellingen die de galerie organiseerde in het kader van de G.AN.D.A. kunstroute, die plaatsvond van 28 november tot en met 7 december. Ik werkte mee aan de catalogi van de tentoonstellingen Winter Exhibition Highlights: 19th century Impressionism, Expressionism and Modern Art en Jozef Cantré, Emiel Poetou and Henri Puvrez: Modern Belgian Sculpture in the 20th century. Mijn taken bestonden uit het verzamelen van basisinformatie over de werken die tentoongesteld zouden worden en opmaken van bijhorende labels. Eerst mat ik de werken op, vervolgens zocht ik basisgegevens op zoals kunstenaar, titel en techniek. Daarna probeerde ik verwijzingen naar het specifieke werk terug te vinden in secundaire literatuur en primaire tentoonstellingscatalogi. Hiervoor maakte ik gebruik van de grote bibliotheek van de galerie. Deze opdracht gaf mij voor het eerst de opportuniteit om kunstwerken ter handen te nemen. Zo is het mij sterk bijgebleven hoe bijzonder het voelde op mijn eerste stagedag onderzoek te doen naar een werk van Jules De Bruycker en het van dichtbij te bestuderen. Daarnaast was het een interessante en leerzame ervaring om écht te vertrekken vanuit het kunstwerk als centrale positie. Die werkwijze was in het begin uitdagend, omdat ik doorgaans vertrek vanuit een publicatie of een kunstenaar als uitgangspunt, maar ze heeft mijn onderzoeksmethoden en blik verruimd. Ook heb ik veel bijgeleerd over kunstenaars waarover ik weinig wist, zoals Clémence Jonnaert (1886- 1941) en Jozef Cantré (1890- 1957).
Het tweede en grootste deel van mijn stage besteedde ik aan het inventariseren van een deel van de collectie salon en- galeriecatalogi die St.- John bezit. Het ging om een 800-tal exemplaren, voornamelijk 19de – en 20ste -eeuwse Belgische catalogi, maar ook publicaties uit buurlanden en enkele uit verdere regio’s, zoals Italië en de Verenigde Staten. Het inventariseren hield in dat ik systematisch gegevens noteerde zodat de galerie over een praktisch en efficiënt raadpleegsysteem kon beschikken. Ik noteerde onder meer titel, plaats, uitgever, datum, editie, of het exemplaar geannoteerd was, en bijkomende informatie, zoals de staat van de catalogus en een opsomming van de vermelde kunstenaars. Een inventaris biedt ook andere voordelen, waaronder een beter overzicht van lacunes in de collectie voor mogelijke toekomstige aankopen.. Het spreekt voor zich dat ik veel heb bijgeleerd over het inventariseren zelf, maar daarnaast leverde deze opdracht mij ook inhoudelijke kennis en inzichten op. Bij onderzoeksvakken raadpleeg ik af en toe een catalogus, maar meestal doelgericht en met aandacht voor slechts enkele specifieke pagina’s. Tijdens het inventariseren bestudeerde ik elke catalogus van de eerste tot en met de laatste pagina. Dat bleek een verrijkende ervaring: het maakte patronen en evoluties zichtbaar bij specifieke kunstenaars, galeries en salons. Zo kon ik bijvoorbeeld de groeiende zichtbaarheid van bepaalde kunstenaars doorheen hun leven volgen aan de hand van het aantal tentoonstellingen en de hoeveelheid geëxposeerde werken. Ik ontdekte ook galerieën, tentoonstellingen en salons die mij voordien nog nooit onder de aandacht werden gebracht. Een tentoonstelling die mij sterk is bijgebleven, vond plaats in 1947 in het Musée du Luxembourg in Parijs: Exposition internationale de peintures et dessins d’enfants. Daar werden werken tentoongesteld die door kinderen uit uiteenlopende delen van de wereld waren gemaakt. Ook kwam ik kleine, onverwachte verrassingen tegen, zoals een permanente toegangskaart voor een driejaarlijks salon van de kunstenaar Lucie Jacquart (1882- 1956). Daarnaast viel het mij op hoeveel vrouwelijke kunstenaars tijdens hun leven frequent tentoonstelden, maar vandaag nauwelijks nog bekend zijn. Zulke ontdekkingen maakten het inventarisatiewerk bijzonder boeiend.
Foto Elisabeth Vissitch, 12/12/2025, Galerie St.- John. Permanente toegangskaart van Lucie Jacquart voor de 14De internationale en triënnale salon, 1910.
Conclusie
De stage bij Galerie St.- John was op vele vlakken een leerrijke ervaring. Ze bood mij de kans om mijn theoretisch verworven kennis uit de opleiding Kunstwetenschappen op een praktische manier in te zetten en tegelijk verder uit te breiden. Ook confronteerde de stage mij met mijn eigen werkpunten en daagde mij uit om hierover te reflecteren en te groeien. Ze heeft mijn blik verruimd op het belang van de verschillende segmenten binnen de kunstwereld. Bovendien heeft de stage mijn passie voor 19de – en 20ste -eeuwse kunst, archiefwerk en onderzoek verder versterkt, en mijn vaardigheden verdiept en verbreed. Tot slot wil ik mijn dankbaarheid uitdrukken aan Emmy Steel en Raf Steel voor hun begeleiding en de leerrijke ervaring, evenals aan Centrum Kunstarchieven Vlaanderen voor de ondersteuning en de mooie opportuniteit die mij werd geboden.