Veldanalyse archiefnoden beeldende kunstorganisaties

Sinds haar opstart in 2019 ondersteunt het Centrum Kunstarchieven Vlaanderen diverse actoren uit het brede veld van de beeldende kunsten in de zorg voor hun archief en/of artistieke nalatenschap. De afgelopen jaren heeft de nadruk van deze dienstverlening overwegend gelegen op individuele en privéactoren zoals kunstenaars, studio’s, nalatenschappen en galeries. Vanaf 2026 zal deze dienstverlening verbreed worden om ook beeldende kunstorganisaties te ondersteunen.

Om deze uitbreiding te onderbouwen, werd er van februari 2025 tot en met juni 2026 een diepgaande veldanalyse uitgevoerd. Deze veldanalyse had als doel inzicht te verwerven in de uitdagingen waar de beeldende kunstorganisaties die in de afgelopen tachtig jaar in Vlaanderen en Brussel hebben bestaan, mee te maken hebben op het gebied van archivering. Wat voor hulp hebben deze organisaties nodig inzake archiefzorg? En hoe kan CKV deze hulp op een duurzame manier aanbieden?

Methodologie

In de loop van dit onderzoek werd er een breed scala aan literatuur geconsulteerd, alsook databanken (zowel kunst-specifieke als algemenere, zoals vakantiekalenders van steden en gemeenten) en de archieven van enkele kranten en tijdschriften, met name Vooruit, De Witte Raaf, Kunst & Cultuur en Art Diary.

Het leeuwendeel van dit onderzoek berustte echter op mondelinge bronnen en vertellingen. Zo werd er zowel tijdens een vijftiental één-op-één interviews als tijdens vier  focusgroepen in gesprek gegaan met verschillende experten uit het bredere beeldende kunstenveld. Deze experten werden niet enkel bevraagd naar hun inzichten over de moeilijkheden die organisaties al dan niet ervaren met archiefbeheer, maar ook over de verschillende ontwikkelingen die het kunstenveld door de jaren heen heeft meegemaakt.

Deze anekdotes leren niet alleen over de archiefnoden van het veld, maar zijn ook kostbare getuigenissen over het veld en haar vele gedaantes. Sommige getuigenissen liggen dicht bij elkaar; anderen spreken elkaar tegen. Samen scheppen ze een gelaagd, meerstemmig beeld van de verschillende ontwikkelingen in het veld van de beeldende kunsten in België en de ontstaansmythen die er rond bestaan.

Naast deze expertmeetings werden ook 37 beeldende kunstenorganisaties bevraagd. Dit gebeurde tijdens plaatsbezoeken, waarbij de organisaties hun problemen inzake archiefzorg konden bespreken en kaderen binnen de context van hun werking. Tijdens deze plaatsbezoeken werd vaak al een eerste advies gegeven voor de verbetering van hun archief- en informatiebeheer.

Deze plaatsbezoeken leerden niet alleen over wat er moeilijk loopt in het veld, maar ook over de goede archiefpraktijken die er al bestaan. Zo verbreden kunstencentrum MASEREEL (Kasterlee) en Kunstwerkplaats De Zandberg (Harelbeke), ondanks hun erg verschillende werkingen, elk op een erg eigen manier de definitie van ‘het archief’ door ook de kunstwerken die in hun ateliers geproduceerd worden aan hun archieven toe te voegen. Ook kunsteducatieve organisatie Kunst in Zicht (Turnhout) zet een interessante werking neer, ditmaal met betrekking tot immaterieel erfgoed. Kunst in Zicht ziet van kunst een vanzelfsprekend deel maken van de leefwereld van kinderen, jongeren en hun begeleiders als hun voornaamste doel. Dit doen ze aan de hand van de workshops die ze uitwerken met kunstenaars, maar ook aan de hand van Kraaiennest, een onderdeel van hun website waar je kunt aangeven welke materialen je ter beschikking hebt en er vervolgens een creatieve opdracht wordt voorgesteld. Op deze manier vergroot Kunst in Zicht niet enkel haar bereik, maar bewaart ze iets dat anders heel moeilijk is om te vatten: de drijfveer achter hun werking. In de Brusselse organisatie La Loge vormt het archief dan weer de ruggengraat voor de dagelijkse werking. Aangezien ze uit een klein, tweekoppig team bestaan, dat bijgestaan wordt door vrijwilligers en studenten, is efficiëntie van groot belang. Daarom ordent La Loge hun archief op zo’n manier dat iedereen het met gemak zou kunnen raadplegen: een heldere structuur is tijd gewonnen!

Archief Kunstwerkplaats De Zandberg. Foto: CKV (2025)

Archief Kunstencentrum MASEREEL. Foto: CKV (2025)

1945-1980: het (her)ontdekken van het veld

Een moeilijkheid die deze veldanalyse met zich meebrengt, is de lange tijdslijn die ze behandelt. Niet enkel hebben de vroegere periode (1945 tot ongeveer 1980) en recentere periode andere methodologieën nodig, ze leveren beiden ook erg andere resultaten op. Waar het voor de recentere periode mogelijk is om concrete noden en dus ook adviezen uit te schrijven, blijkt dat voor de vroegere periode moeilijker. Voor deze periode is de grootste nood namelijk terug opgegraven, herkend en vervolgens erkend worden. De namen van de beeldende kunstorganisaties die toen bestonden, dreigen namelijk verloren te gaan.

Om deze kunstorganisaties terug te vinden werd er uitgebreid archiefonderzoek gedaan in verschillende kranten en tijdschriften. Deze bieden een overzicht van enkele van de vele initiatieven die toen bestonden. Deze namen zijn vervolgens verzameld geweest in een dataset, ofwel een lange lijst die zo veel mogelijk informatie over de organisaties tracht samen te brengen, waaronder locatie, naam, typologie, opstart- en sluitingsjaar, adres(sen), subsidies, stichtende leden, erfgenamen, vermeld in interviews, locatie, staat en omvang van het archief, noden van de archiefhouders, missie en visie en, ten slotte, de reden van opdoeking. Dit is zeker geen volledig overzicht van alle organisaties die de afgelopen 80 jaar bestaan hebben, maar kan wel de basis kunnen vormen voor toekomstig onderzoek.

Een veld in nood

Uit dit onderzoek vloeide een lijst van een tachtigtal noden, die ondergebracht kunnen worden in veertien thema’s, waaronder nood aan zingeving, gebrek aan kennis inzake archiefzorg, nood aan beter ingebedde informatie, nood aan een betere vernetwerking tussen organisaties en, ten slotte, betere handvatten indien een organisaties stopt. Hieronder lichten we twee van deze  noden toe:

(1) Nood aan zingeving – Waarom archiveren?: Sinds 2016 moeten personen en organisaties die meerjarig gesubsidieerd worden binnen het Kunstendecreet namelijk aan archiefzorg doen en de stappen die ze hierin zetten in hun subsidieaanvraag verantwoorden. Waarom dit echter moet blijft voor velen onduidelijk, net als de criteria waarop dit onderdeel beoordeeld wordt. Daarnaast heerst er in het veld een constante staat van schaarste en onzekerheid. Zo was de vaakst terugkerende nood, een nood aan tijd, middelen en mankracht. Dit maakt dat archiveren (begrijpelijk) vaak onderaan de to do-lijst komt te staan. Met andere woorden: organisaties begrijpen niet waarom ze moeten archiveren; ze begrijpen wel dat ze er geen tijd/geld/mensen voor hebben.

Zolang men niet verklaart waarom er gearchiveerd moet worden, is er geen draagvlak voor CKV om verder te werken. Het is dan ook aan CKV om het archief en, in het verlengde daarvan, archiveren een nieuwe, positieve invulling te geven; een invulling die het liefst ook vertrekt vanuit de specifieke ambities, wensen en geleefde realiteit van kunstorganisaties. Zo kan archiveren uitgroeien tot een gedragen, ingebedde praktijk waarvan het belang en de voordelen buiten kijf staan.

(2) Kenniskloof – Hoe archiveren? Er is in het beeldende kunstenveld een gebrek aan kennis inzake archiefzorg. De werknemers die archiefzorg voor zich nemen doen dit met de beste intenties, maar zonder de nodige praktische know-how of ondersteuning om een duurzaam, raadpleegbaar archief op te bouwen. Bij analoge archieven betekent dit dat er vaak schijnbaar onschuldige materialen gebruikt worden die op lange termijn schade aanrichten zoals nietjes, paperclips, plastic mapjes, ringmappen, plakband, labels… Archieven waarin mediadragers bewaard worden zijn hier evengoed aan onderhevig: CD’s worden bewaard op plaatsen met sterke klimatologische wisselingen, VHS banden te dicht bij magnetische oppervlakte gelegd, en harde schijven niet tijdig vervangen, waardoor de opgeslagen informatie verloren gaat. Digitale archieven worden op hun beurt niet goed genoeg beheerd: als er al sprake is van een mappenstructuur is deze vaak te complex en onregelmatig, aangezien personeelsleden elk hun eigen ding doen.

Deze kenniskloof gaat gepaard met een overheersend gevoel van infowhelm. De middelen die voorhanden zijn om aan archiefzorg te beginnen, zijn vaak zodanig exhaustief dat werknemers nog voor ze ermee beginnen de indruk krijgen dat ze het niet ‘juist genoeg’ kunnen doen. Er is nood aan een verlaagde drempel, toegankelijke richtlijnen en, misschien bovenal, meer zelfvertrouwen bij cultuurwerkers inzake archiefzorg.

Archief Morpho. Foto: CKV (2026)

Archief La Loge. Foto: CKV (2025)

Conclusie

Deze veldanalyse verzamelt de uiteenlopende uitdagingen rond archiefzorg waarmee beeldende kunstorganisaties worden geconfronteerd. Tegelijk moet ook de grote bereidheid erkend worden die in het veld bestaat om met deze uitdagingen aan de slag te gaan. Dit proces heeft dan ook veel geleerd over archiefzorg en beeldende kunstorganisaties, maar (bovenal) ook over het rijke, genereuze kunstenveld waarin we mogen werken. CKV wilt dan ook alle deelnemers bedanken voor hun openheid, medewerking, vrijgevigheid en inzichten.

wiki b