Van galerie als expositieruimte naar galerie als levend archief. Reflecties over de stage bij Galerie S&H De Buck
Voor de aanvang van mijn stage bij Galerie S. & H. De Buck in Gent was ik slechts beperkt vertrouwd met de concrete werking van een galerie. Hermine De Groeve en Siegfried De Buck zijn in 1972 gestart met hun galerie in de Kuiperskaai te Gent. Vanuit mijn opleiding Kunstwetenschappen had ik uiteraard al vernissages bezocht en bestond er een algemene interesse in de kunstwereld, maar mijn beeld van galerieën bleef vrij oppervlakkig. Ik beschouwde een galerie voornamelijk als een commerciële ruimte waarin kunstwerken worden tentoongesteld en verkocht, vaak met een eerder exclusief karakter. Hoewel ik steeds gefascineerd was door de zorgvuldig opgebouwde tentoonstellingen en de kunstenaars die vertegenwoordigd werden, bleef de werking achter de schermen voor mij grotendeels onbekend. Tijdens mijn stage werd dat beeld echter grondig bijgesteld. Ik ontdekte een omgeving die in de eerste plaats wordt gedragen door passie, engagement, langdurige relaties en een diepe liefde voor kunst.
Mijn stage vond plaats bij Galerie S. & H. De Buck, sinds 1986 gelegen in de Zuidstationstraat te Gent. Onder begeleiding van Siegfried De Buck en Hermine De Groeve werkte ik aan het inventariseren, schonen en ordenen van het archiefmateriaal dat sinds de oprichting van de galerie werd opgebouwd. Daarbij werkte ik voornamelijk per kunstenaarsdossier. De dossiers bevatten een enorme verscheidenheid aan documenten: correspondentie, uitnodigingen, prijslijsten, tentoonstellingsmateriaal, foto’s, schetsen, catalogi en administratieve documenten. Tijdens het verwerken van deze dossiers kreeg ik niet alleen inzicht in de praktische werking van een galerie, maar ook in de evolutie van kunstenaarscarrières en de relaties die tussen galerie en kunstenaar ontstaan.
Een van de meest verrassende aspecten van de stage was hoe persoonlijk het archiefmateriaal vaak bleek te zijn. Omdat Hermine De Groeve gedurende vele jaren nauwe banden onderhield met de kunstenaars waarmee zij samenwerkte, overstijgen de documenten vaak het puur administratieve karakter. In veel dossiers bevinden zich handgeschreven brieven, persoonlijke boodschappen en vroege correspondentie tussen kunstenaar en galerie. Daardoor ontstaat een bijzonder menselijke inkijk in de kunstwereld. Kunstenaars verschijnen binnen het archief niet enkel als namen binnen een tentoonstellingsgeschiedenis, maar als mensen met twijfels, ambities, experimenten en langdurige professionele relaties.
Uitnodigingskaart Dirk De Bruycker. Galerie S&H De Buck, Gent (zonder datum)
Uitnodigingskaart Dirk De Bruycker. Galerie S&H De Buck, Gent (zonder datum)
Dat werd bijzonder zichtbaar in dossiers van kunstenaars zoals Johan Clarysse, waarbij de jarenlange samenwerking tussen galerie en kunstenaar duidelijk voelbaar blijft in het archief. Andere kunstenaars passeerden slechts kort binnen de werking van de galerie, terwijl sommige relaties zich over decennia uitstrekten. Het viel me sterk op hoeveel overtuiging en ondersteuning vanuit de galerie aanwezig was. Hermine De Groeve beschikt duidelijk over een uitzonderlijk oog voor kunst en kunstenaars, maar ook over een grote overtuiging in het ondersteunen van talent op lange termijn. Hierdoor kreeg ik een genuanceerder beeld van galeriewerking: niet louter
economisch of commercieel, maar gebaseerd op vertrouwen, engagement en een gedeelde artistieke visie.
Tijdens mijn stage werkte ik onder meer aan dossiers van kunstenaars zoals Dirk De Bruyckere, Maen Florin, Dirk Braeckman, Sofie Muller, Piet Pollet, Jean De Groote, Gerard Kuijpers, Philippe Tonnard, Jimi Dams, Klaus Baumgärtner, Robine Clignett en Francky Cane. Bij het verwerken van deze dossiers kreeg ik vaak de mogelijkheid om de vroege fases van kunstenaarscarrières te volgen. In uitnodigingen, eerste tentoonstellingsfoto’s en vroege correspondentie zag ik hoe kunstenaars hun eerste stappen zetten binnen de kunstwereld. Het was bijzonder interessant om kunstenaars die vandaag een gevestigde naam zijn, te ontmoeten in een vroegere en kwetsbaardere fase van hun parcours.
Mijn werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het schonen, ordenen en inventariseren van het archiefmateriaal. Het schonen hield onder meer in dat dubbele documenten werden verwijderd en schadelijke materialen zoals nietjes, plakband en plastic zorgvuldig werden weggehaald. Vervolgens werden de documenten chronologisch en per categorie geordend binnen individuele kunstenaarsdossiers. Alles werd verpakt in zuurvrij archiefmateriaal om de duurzame bewaring van de documenten te verzekeren. Tot slot inventariseerde ik elk dossier zorgvuldig door gegevens zoals datum, betrokken partijen, korte inhoud en aantal exemplaren te registreren.
Hoewel het werk sterk systematisch was, voelde het zelden repetitief aan. Tijdens het inventarisatieproces kwamen voortdurend onverwachte en waardevolle documenten aan het licht. Sommige documenten gaven inzicht in het ontstaan van tentoonstellingen, andere in productieprocessen of persoonlijke contacten. Een bijzonder interessant voorbeeld vormde het materiaal rond de stoffen zetels ontworpen door Philippe Tonnard. Daarbij vond ik niet enkel schetsen en ontwerptekeningen terug, maar ook facturen, correspondentie en andere documenten die het volledige productieproces zichtbaar maakten. Zulke dossiers tonen hoe archieven niet enkel eindresultaten bewaren, maar ook de denkprocessen, samenwerkingen en praktische realiteit achter kunstproductie documenteren.
Daarnaast vond ik het bijzonder om vroege uitnodigingen en prijslijsten van tentoonstellingen terug te zien, zowel van Galerie S. & H. De Buck als van andere galerieën waarmee Hermine De Groeve samenwerkte, zoals Mercator, De Zwarte Panter en Geukens & De Vil. Zulke documenten tonen niet alleen de netwerken waarin kunstenaars en galerieën functioneerden, maar vormen tegelijk waardevolle getuigenissen van de Belgische hedendaagse kunstscene van de afgelopen decennia. Het archief fungeert daardoor niet enkel als geheugen van één galerie, maar ook als een bredere documentatie van artistieke ontwikkelingen en samenwerkingen.
Tijdens de stage werd bovendien duidelijk hoe kwetsbaar zulke archieven eigenlijk zijn. Veel documenten bevinden zich nog in persoonlijke bewaring en vormen unieke bronnen voor toekomstig kunsthistorisch onderzoek. Het inventariseren, structureren en duurzaam bewaren van deze documenten is daarom essentieel voor het documenteren van artistieke netwerken, tentoonstellingsgeschiedenissen en creatieve processen die anders gedeeltelijk verloren zouden gaan. In tegenstelling tot institutionele archieven bevat een galeriearchief bovendien vaak een directere en meer persoonlijke vorm van documentatie, waardoor het een unieke inkijk biedt in de dagelijkse realiteit van kunstenaars en galeriehouders.
Naast het archiefwerk zelf was ook de samenwerking met Siegfried De Buck en Hermine De Groeve een bijzonder waardevol onderdeel van mijn stage. Vanaf het eerste moment werd ik warm ontvangen in hun woonst boven de galerie. Daardoor kreeg ik niet alleen inzicht in de galeriewerking, maar ook in de leefwereld die ermee verbonden is. Tijdens middagpauzes aan de eettafel ontstonden vaak gesprekken over kunst, geschiedenis, kunstenaars en de ontstaansgeschiedenis van de galerie. Hermine beschikt over een indrukwekkend geheugen en kon bij vrijwel elk dossier bijkomende context en herinneringen vertellen. Ook Siegfried sprak met veel enthousiasme over kunst en zijn activiteiten binnen de juweelkunst. Die gesprekken maakten duidelijk hoe sterk kunst verweven is met hun dagelijkse leven.
Hermine De Groeve en Maite Laenen
Wat me tijdens de stage eveneens sterk opviel, was hoe toegankelijk de galerieomgeving in werkelijkheid bleek te zijn. Vernissages functioneerden niet enkel als presentatiemomenten, maar ook als sociale ontmoetingsplaatsen waar kunstenaars, verzamelaars en geïnteresseerden samenkomen vanuit een gedeelde interesse in kunst. De sfeer werd gekenmerkt door openheid, warmte en enthousiasme. Daardoor kreeg ik een veel genuanceerder beeld van galeriewerking dan ik voordien had.
Deze stage heeft mij niet alleen praktische vaardigheden rond archiefzorg en inventarisatie bijgebracht, maar ook een veel dieper inzicht gegeven in de werking van de kunstwereld. Ik leerde hoe belangrijk archieven zijn voor het bewaren van artistieke netwerken, processen en geschiedenissen. Bovendien maakte de stage duidelijk hoeveel tijd, zorg en overtuiging schuilgaan achter een galerie. Mijn interesse in zowel de kunstwereld als archiefwerking is hierdoor alleen maar gegroeid. De stage bevestigde voor mij hoe waardevol het is om met kunst en cultureel erfgoed bezig te zijn, niet enkel vanuit theoretisch onderzoek, maar ook vanuit het behoud en de ontsluiting ervan.
Tot slot wil ik graag mijn dankbaarheid uitdrukken tegenover Siegfried en Hermine De Buck voor hun warme ontvangst, hun vertrouwen en de vele gesprekken en inzichten die zij met mij deelden. Het was een bijzonder verrijkende ervaring die mijn blik op galerieën, archieven en de kunstwereld blijvend heeft verruimd.
ML