Onderzoek in ontwikkeling: kunstenaarsarchieven sinds de jaren 1970

Archief Ann Veronica Janssens

De idee dat kunst op zichzelf moet kunnen staan—l’art pour l’art—blijft diep verankerd in hoe we over kunstenaarschap denken. Ook de populaire Amerikaanse muziekproducent Rick Rubin benadrukt in zijn recente kunstenaarsmanifest- en tegelijk zelfhulpgids – The Creative Act: A Way of Being (2023) dat de kunstenaar zich het best volledig concentreert op het proces van creëren. Het kunstwerk spreekt voor zichzelf en de kunstenaar hoeft geen verantwoording af te leggen, noch context te bieden. Maar als we accepteren dat de kunstenaar het voorrecht heeft zich te onttrekken aan verklaringen, wat betekent dat dan voor het kunstenaarsarchief? Dit amalgaam van de meest uiteenlopende materialen ontstaat inderdaad niet uit artistieke noodzaak, maar vormt zich in de marge van het creatieve proces en de dagelijkse werking van het atelier. Documenten als schetsen, brieven, facturen, foto’s en aantekeningen verschaffen waardevolle inzichten in de omstandigheden waarin het oeuvre tot stand is gekomen. Archivalia bieden in wisselwerking met het kunstwerk aanknopingspunten om het individuele kunstenaarschap in te bedden in een bredere maatschappelijke, culturele en historische werkelijkheid. Het archief fungeert bovendien vaak als de sleutel voor onderzoekers en curatoren om tot een hernieuwde lezing of presentatie van het werk of het leven van kunstenaars te komen.

In dit voorbeeldtraject ligt de focus hoofdzakelijk op de archieven van kunstenaars die op de voorgrond traden in de Belgische kunstscène in de jaren 1970 en 1980. Sommigen onder hen groeiden uit tot vaste waarden met (inter)nationaal invloedrijke oeuvres, anderen bleven onder de radar of zijn intussen deels in de vergetelheid geraakt. Over de staat, de omvang of de toegankelijkheid van hun archieven bestaat vaak weinig tot geen informatie.

Vanuit de structurele dienstverlening die CKV aanbiedt rond de zorg voor kunstenaarsarchieven en artistieke nalatenschappen, worden kunstenaars van deze generatie, of hun erven, tijdens dit één jaar lopende project, ondersteund en geadviseerd bij de identificatie, de beschrijving en het duurzaam toegankelijk maken van hun archieven. Het beoogde resultaat van dit onderzoek is een eerste representatieve verkenning van kunstenaarsarchieven van deze generatie aan de hand van archiefbeschrijvingen, deelinventarissen en plaatsingslijsten. Afhankelijk van de respons en beschikbare tijd is het de bedoeling om een tiental kunstenaarsarchieven te bestuderen, waarbij zowel gevestigde namen als minder bekende figuren aan bod kunnen komen. Interviews vormen een ander essentieel onderdeel van dit traject. Deze gesprekken documenteren verschillende facetten van de artistieke praktijk, het leven van de kunstenaar en diens visie op het eigen archief. Bijkomend kan het onderzoek, door het directe contact met kunstenaars en erven, ook andere noden of zorgpunten blootleggen die vandaag leven rond artistiek nalatenschap . Dit kan bijvoorbeeld gaan over conservatie, auteursrechten, of de ambitie om sleutelwerken op te nemen in publieke collecties.

De inzichten die dit voorbeeldtraject oplevert, vormen de basis voor een bredere, proactieve werking van CKV vanaf 2026, en bevestigen tegelijkertijd het statuut van deze archieven als betekenisvolle erfgoedbronnen binnen het veld van de beeldende kunst.

wiki 8