Belgisch-Limburgse Beeldende Kunstgroeperingen 1945 tot heden
Belgisch-Limburgse kunstenaarsgroeperingen blijven tot op heden onderbelicht in het Vlaamse kunstenlandschap. Deze vaststelling vormde de aanleiding voor mijn stageproject, dat bestaat uit een mapping en onderzoek naar beeldende kunstenaarsgroeperingen van 1945 tot heden. Dit sluit aan bij het project van CKV waarin wordt gewerkt aan het in kaart brengen van hedendaagse beeldende kunstarchieven in Vlaanderen en Brussel. Binnen dit project wordt er extra aandacht besteed aan mogelijke blinde vlekken binnen het Vlaamse en Brusselse kunstenlandschap.
Stagestudent Silke Palmans. Foto: Silke Palmans (2025).
De status van Limburgse Kunstgroeperingen
Het onderzoek richt zich op de mapping van Belgisch-Limburgse beeldende kunstenaarsgroeperingen van 1945 tot heden. Het betreft zowel amateuristische en professionele groeperingen die gedurende langere tijd onder een gemeenschappelijke naam en met een gedeeld doel actief zijn of zijn geweest. Zowel grotere kunstkringen als kleinere collectieven en duo’s werden in het onderzoek opgenomen. De focus ligt op het brede veld van de beeldende kunsten, van schilder- en beeldhouwkunst tot fotografie, film, performance, juweelkunst, mode, artistiek design en mixed en multimedia kunst. Architectuur-, theater- en muziekcollectieven werden enkel opgenomen als zij directe connecties legden met de beeldende kunst.
Voor het bronnenonderzoek naar Belgisch-Limburgse kunstenaarsgroeperingen vormden lokale bibliotheken, musea en archiefdepots een waardevolle basis. Aanvullende inzichten in het kunstenveld en van bepaalde groeperingen werden verkregen door middel van gesprekken met diverse personen, organisaties en instellingen. Verder worden er recent nog tentoonstellingen georganiseerd van zowel opgeheven (Helikon, Research Group, Limburgse School) als actieve groeperingen (BRON Kunstcollectief, Photo Secession 18, Constghesellen). Deze krijgen regelmatig aandacht in regionale media en kunsttijdschriften (Het Belang van Limburg, TVL, Internet Gazet, Kunsttijdschrift Vlaanderen, etc.). Dit hielp met het vinden van groeperingen en basisinformatie over hun werking.
Dusar, A. (1976). Limburg 1950–1975: Culturele ontplooiing.
Raskin, L. (2004). Een eeuw beeldende kunst in Limburg 1900–2000. Concentra Uitgeversmaatschappij.
Hendrik van Boegeld heeft via zijn website Belisch (Belgisch-Limburgse kunstschilders en tekenaars) een overzicht gepubliceerd van het Belgisch-Limburgse kunstlandschap, met aandacht voor kunstenaarscollectieven en kunstkringen. Andere plekken voor het vinden en verspreiden van groeperingen zijn via persoonlijke websites en sociale media (Facebook, Instagram, YouTube, Flickr, etc.). Deze platformen worden hedendaags steeds actiever gebruikt om zichtbaarheid te genereren en tentoonstellingskansen te zoeken.
Als laatste stap werd er contact opgenomen met leden van specifieke groeperingen, waaronder Jos Kuppens (Groep OO), Quirinus Schrooten (Kunstkollektief Aspa’s), Lucas Pellens (Pellens-Custers), Mik Vos (Ars Eyckensis), Hugo De Gussem (Kunstgroep Etcetera), Jos Cox (Photo Secession 18), Nathan Vrebos (Geraas Collectief) en Liesbeth Cox (Kunstenaarsgroep AMOK). Deze gesprekken leverden waardevolle inzichten op in de werking, doelstellingen en artistieke focus van de groeperingen
Expo De Research Group, een kunstenaarscollectief (1967 - 1972), september 2024 - december 2025, Stadsmus, Hasselt. Foto: Silke Palmans (2025).
Het onderzoek
Uit mijn onderzoek blijkt dat Limburgse kunstkringen zich al vormden tijdens het interbellum met onder andere de oprichting van Kunstkring Heikracht uit Pelt in 1930. Kunstcollectieven daarentegen kenden pas vanaf de jaren ’60 een groei met de Helikongroep uit Hasselt.
Oprichting van een groepering
De redenen van oprichting van groeperingen in Limburg zijn uiteenlopend. Volgens Albert Dusar onderscheiden collectieven zich van kunstkringen door hun inhoudelijke focus, terwijl kunstkringen eerder geografisch bepaald zijn. Collectieven zijn dan ook sterker gebonden aan een gemeenschappelijk doel of visie dat ze samenhoudt. Kunstkringen daarentegen kunnen worden beschouwd als een grote vriendengroep die regelmatig samenkomt om hun passie voor kunst te delen, sociale banden te onderhouden en gezamenlijk tentoon te stellen waarbij de kosten worden verdeeld.
Één van de meest voorkomende aanleidingen tot oprichting van een groepering is een gedeelde artistieke visie, zoals het werken binnen eenzelfde medium of stijl (Photo Secession 18 en Kunstkring De Perebloesem), of het zoeken naar vernieuwende kunst- en samenwerkingsvormen (BRON Kunstcollectief of Kunstgroep Etcetera). Andere groepen ontstaan vanuit een gedeelde maatschappelijke visie, bijvoorbeeld om een algemene maatschappelijke reflectie te stimuleren (The Building), of om gemarginaliseerde stemmen zichtbaar te maken zoals vrouwelijke kunstenaars (L’Origine en Kunstenaarsgroep AMOK) of kunstenaars met een lichamelijke beperking (Kunstkring Uiter@art).
Daarnaast spelen ook praktische overwegingen een rol. Zo verenigen groeperingen zich voor financiële of commerciële samenwerking (Kunstgroep Etcetera). Anderen ontstaan tijdens of net na de opleiding, als project of als overbrugging naar het professionele veld (Kunstenaarsgroep AMOK, Geraas Collectief, Photo Secession 18, Pellens-Custers). Als laatste bieden groeperingen ook voor gepensioneerden een plek om hun passie te delen en sociaal actief te blijven (Kunstgroep Tinto).
De leden van groeperingen zien vaak voordeel aan de zichtbaarheid en tegelijkertijd anonimiteit die een groepering met zich meebrengt. Zichtbaarheid is het gevolg van het netwerk dat de verschillende groepsleden met zich meenemen die dan ook kan leiden tot meer kansen om te exposeren of projecten aan te gaan. Anonimiteit is het gevolg van onder een gemeenschappelijke naam te werken die persoonsnamen doet verdwijnen. Tegelijkertijd trekt een aantrekkelijke naam ook aandacht en interesse naar zich toe en lijkt op die manier een grotere impact te hebben.
Kunstgroep Etcetera, De Gaai, ca. 1994, digitale kunst, archief van Hugo De Gussem.
Pellens-Custers, Klinisch Detail, 1992.
Activiteiten en samenwerkingen
De samenwerkingsvormen en activiteiten binnen de groepering zijn ook niet eenduidig en erg verschillend. Kunstkringen zijn geneigd om los van elkaar te werken, maar toch in samenwerkingsverband te werken in de opstelling van een tentoonstelling met gemeenschappelijk thema. De activiteiten binnen kunstkringen zijn vaak systematisch georganiseerd, wekelijks of een paar keer per maand, voor sociale en artistieke redenen, en op vrijere basis om bij te leren of elkaar beter te leren kennen. Exposities worden ook vaak systematisch georganiseerd op jaarlijkse of tweejaarlijkse basis.
De activiteiten en exposities binnen collectieven zijn minder systematisch van aard en zijn sterk verbonden aan bepaalde artistieke doelen en belangen van het collectief. De samenwerkingsverbanden zijn sterk verschillend. Zo kunnen leden individuele werken maken, maar geïnspireerd door elkaar of een gezamenlijk thema. Andere collectieven werken vanuit een collectieve creativiteit. Ze maken in groep, een uniek kunstwerk of een tentoonstelling. Dit kan in volledige samenwerking zijn of los van elkaar waarin elk lid afzonderlijk een bijdrage levert aan het collectieve werk al dan niet in samenspraak. In veel gevallen gaat een samenwerking gepaard met een sterk overleg, waarbij afspraken worden vastgelegd en ideeën worden uitgewisseld, waarin de stem van elk lid aan bod kan komen.
Doordat collectieven gebaseerd zijn op een sterk en afgebakend doel zijn ze selectiever in welke leden ze toelaten, als het al nieuwe leden toelaat. Het is dus eerder gesloten of semi-gesloten van aard. Dit laatste uit zich bijvoorbeeld in vaste collectieven die regelmatig tentoonstellingen organiseren met andere kunstenaars die tijdelijk in samenwerking treden, over korte of langere periode, via o.a. open call systemen. Kunstkringen daarentegen zijn relatief open van aard en hebben als enige voorwaardes dat de leden in het specifieke geografische gebied wonen en dat ze het lidgeld en eventuele andere activiteiten kunnen betalen.
Een groepering vormen, biedt dus tal van mogelijkheden, maar toch is het opmerkelijk dat collectieven vaak van korte duur zijn. Dit komt omdat het onderhouden van relaties binnen een groep . Een samenwerking in groep vergt wederzijds respect, open communicatie en, vooral, tijd. Het kan gezien worden als een kleine gemeenschap waarin de hiërarchie tussen de leden goed moet blijven zitten en de gedeelde visie niet verloren mag gaan. Collectieven, die grotendeels berusten op een gedeelde visie, zijn dus kwetsbaarder dan kunstkringen.
Opheffingen van groepen ontstaat dus vaak door het vervagen van het gemeenschappelijk doel, interne conflicten of spanningen rond individuele artistieke ambities. Werken onder een groepsnaam kan, zoals eerder vermeld, zichtbaarheid creëren, maar tegelijkertijd ook anonimiteit. Wanneer de groep te veel aandacht naar zich toe trekt kan het zijn dat de individuele kunstenaars moeite hebben met een naam voor zichzelf te maken. Dit maakt dat sommige groepen worden ontbonden, omdat één of meerdere kunstenaars toch met de eigen naam erkend wil worden.
Ook financiële beperkingen en een gebrek aan zichtbaarheid spelen een rol in ontbinding. Groeperingen die ontstaan zijn tijdens studentenjaren verwateren vaker na afstuderen wanneer ieder zijn eigen weg uitgaat. Voor grotere kunstkringen kan het wegvallen van een goed bestuur ook fataal zijn voor de samenhang en werking.
Tendensen
Uit het onderzoek naar groeperingen in een Limburgse context kwamen enkele tendensen naar voren. Geografisch gezien zijn kunstkringen lokaal gebonden en verspreid over de ganse provincie Limburg. Collectieven daarentegen situeren zich voornamelijk in de provinciale hoofdstad Hasselt alsook Genk en Pelt.
De tentoonstellingsplekken voor groeperingen in Limburg zijn gevarieerd. Lokale culturele centra zijn het voornaamste steunpunt voor groeperingen. Hiernaast bieden of boden o.a. Het Provinciaal Domein Dommelhof te Pelt, Het Casino Beringen, het voormalige Kunstencentrum België te Hasselt, het Begijnhof te Hasselt en de Zaal Onder de Toren te Hasselt herhaaldelijk tentoonstellingsruimte aan.
Het Gallo-Romeins Museum in Tongeren werkte af en toe samen met regionale groeperingen, terwijl andere musea zich zelden richten op regionale of lokale groeperingen. Andere locaties zoals kerken, bibliotheken, woonzorgcentra, brasseries en ziekenhuizen bieden soms ook ruimte aan voor expositie. Daarnaast vindt men ook kunst in de openbare ruimte, zowel in de stedelijke als natuurlijke omgeving. Dit kan al dan niet samenhangen met initiatieven zoals Kunstenroutes of Kunstennachten
Door de geografische ligging van Belgisch-Limburg, grenzend aan Nederlands-Limburg en Duitsland, is er frequent contact over de landsgrenzen heen. Zo is bekend dat de Research Group beïnvloed werd door en interactie had met de Nederlandse en Duitse kunstscène. Daarnaast werken De Maasmechelse Kunstkring en kunstkring Maaskentj uit Stein jaarlijks samen en bevatte Groep 64 uit Lommel drie leden van Duitse nationaliteit.
Limburgse groeperingen worden veelal gekenmerkt door een amateuristisch karakter, wat ertoe leidt dat zij minder publieke aandacht genieten en minder serieus worden genomen door het publiek en beleidsmakers. Hierdoor is toegang tot lokale subsidiemogelijkheden moeizamer. Kunstkringen ontvangen sneller subsidies of financiële steun, omdat ze als professioneler worden aanzien door hun bredere werking. Dit laatste uit zich ook in de vage grens tussen een kunstkring en een vereniging, zoals blijkt uit kunstkringen die functioneren als een vereniging zonder winstoogmerk. Hiernaast werken ze ook met lidgelden die de werking ondersteunt. Collectieven hebben het daarentegen moeilijker om hun hoofd boven water te houden. Ze zijn vaak kleinschaliger en autonomer van aard wat het ontvangen van financiële steun van de overheid bemoeilijkt. Ze berusten vaak op hun eigen middelen alsook de steun van hun netwerk. Verder hopen ze aansluiting te vinden binnen culturele instellingen of (zelf opgerichte) galerijen en tentoonstellingszalen, maar deze ondervinden zelf ook uitdagingen in hun voortbestaan.
Conclusie
Hoogstwaarschijnlijk zijn er nog groeperingen in Limburg die niet omvat zijn in dit onderzoek. Toch konden er via dit onderzoek reeds 36 kunstkringen en 34 collectieven in kaart worden gebracht. Hieronder zijn heel wat interessante groeperingen te vinden met verschillende werkingen die elk hun manier van collectiviteit anders invullen met een ander doel en intensiteit.
Door uitdagingen binnen het culturele subsidiëringsysteem in Limburg heeft het kunstenveld heel wat uitdagingen gekend en wordt het gekenmerkt door autonomie, inzet en doorzettingsvermogen. Verder was het opvallend dat de contactpersonen uit Limburg allemaal stuk voor stuk erg enthousiast waren over het onderzoek en zeer open en bereidwillig waren om hun verhaal en kennis te delen en af en toe archiefmateriaal met mij te delen of zelfs een geheel archief mee te geven. Over het algemeen was dit onderzoek dus een ontzettend leerrijke en warme ervaring die ik in de toekomst zeker ga verderzetten.
SP
Met dank aan
- Annemie Van Laeten (ForumTri)
- Frank Hendrickx
- Herman Maes
- Jo Lijnen (Kunstencentrum België)
- Katelijne Beerten (Provinciale Collectie van Hasselt)
- Kristof Reulens (Emile van Dorenmuseum)
- Luc Theuwis (ArtANDAdvice)
- Natalie Martens (C-mine)
- Pieter Jan Valgaeren
- Quirinus (Quiri) Schrooten
- Sofie Houben (Erfgoedcel ECRU)
- Stefanie Sfingopolos (Stadsmus)
- Wivina de Bus (Stad Hasselt)
Meer lezen?
- Böröcz, Z. (2009). Helikon: Intens & Divers. Hasselt: Erfgoedcel Hasselt.
- Doove, E. (2024). De Research Group: een kunstenaarscollectief 1967–1972. Stad Hasselt & vzw Vrienden van het Stadsmus.
- Dusar, A. (1976). Limburg 1950–1975: Culturele ontplooiing. Kunsttijdschrift Vlaanderen, jaargang 25, p. 3-6. Laatst geraadpleegd op 8 juni 2025, https://www.dbnl.org/tekst/_vla016197601_01/_vla016197601_01_0003.php
- Raskin, L. (2004). Een eeuw beeldende kunst in Limburg 1900–2000. Concentra Uitgeversmaatschappij.