Mapping: galerie-archieven in Antwerpen

Tijdens mijn stage bij het Centrum Kunstarchieven Vlaanderen werkte ik aan de mapping van galerie-initiatieven in de regio Antwerpen (ca. 1945-heden). De opdracht bestond uit het verzamelen, structureren en aanvullen van gegevens over galeries, met als doel een veldkaart op te bouwen die inzicht biedt in hun spreiding, duur en betrokken actoren. Wat aanvankelijk een vrij lineaire inventarisatie leek, ontwikkelde zich al snel tot een oefening in het omgaan met onvolledige, gefragmenteerde en soms tegenstijdige informatie.

Mijn werkwijze vertrok vanuit een databestand waarin basisgegevens zoals naam, oprichtingsjaar, stopzettingsjaar en betrokken personen werden samengebracht en systematisch aangevuld. Deze gegevens werden vervolgens verrijkt met bijkomend bronnenonderzoek via online archieven, publicaties, bibliotheekmateriaal en waar mogelijk gesprekken met actoren uit het veld. In dat kader heb ik onder meer het archief van Marc Schepers kunnen inkijken, wat inzicht gaf in hoe individuele veldpraktijken en documentatie van het galerielandschap elkaar overlappen. Daarnaast heb ik ook archiefstukken van verschillende galeries kunnen raadplegen via het letterhuis, waar vooral drukwerk zoals uitnodigingskaarten en affiches een belangrijk spoor vormden in de reconstructie van activiteiten. De bibliotheek van Antwerpen werd daarnaast geraadpleegd voor tentoonstellingscatalogi en aanvullende documentatie, die hielpen om lacunes in de dataset gedeeltelijk op te vullen.

Afbeelding 1: Biennale 1 Antwerpse Galerijen (met vermelding van Campo & Campo), 1983. Poster. Archief Marc Schepers, Ruimte Morguen.

Gaandeweg werd duidelijk dat veel initiatieven slecht fragmentair gedocumenteerd zijn en dat vooral kleinere of tijdelijke praktijken moeilijk volledig te reconstrueren blijven. Hierdoor verschoof de focus van louter dataverzameling naar een voortdurende afweging van wat als betrouwbare of bruikbare informatie kon worden beschouwd. Een terugkerend aandachtspunt in dit proces was de manier waarop galeries zichzelf documenteren. Naast institutionele gegevens bleken vooral drukwerken zoals uitnodigingskaarten, affiches en catalogi curiale bronnen. Deze documenten functioneren niet enkel als registratie van tentoonstellingen, maar ook als vormen van zelfpresentatie die mee bepalen hoe een galerie wordt gelezen en historisch wordt geplaatst. Dit inzicht werd versterkt door het raadplegen van archiefmateriaal, waarin duidelijk werd dat sommige galeries vandaag uitsluitend via dergelijke documenten nog traceerbaar zijn.

Tijdens de stage werd bovendien gewerkt met gesprekken uit het veld, onder andere met Marc Schepers (Ruimte Morguen) en Guy Campo (Campo&Campo). Deze gesprekken boden verschillende perspectieven op de lezen van het galerielandschap. Enerzijds werd gewezen op een functionele benadering waarin naast commerciële galeries ook kunstenaarsinitiatieven en informele tentoonstellingsruimtes een plaats krijgen. Anderzijds werd duidelijk hoe in bepaalde praktijken tentoonstelling en kunsthandel structureel met elkaar verweven zijn. Deze uiteenlopende benaderingen maakten vooral zichtbaar dat er geen eenduidig model bestaat om het veld te structureren.

Afbeelding 2: Campo & Campo - uitnodigingskaart voor tentoonstelling Wim De Vos. Drukwerk, 1982 (datum op basis van archiefcontext). Archief Marc Schepers, Ruimte Morguen.

Wat in dit proces als meest uitdagend werd ervaren, was het werken met een dataset die per definitie onvolledig blijft. Er bleven voortdurend lacunes bestaan, zowel in historische gegevens als in hedendaagse documentatie. Tegelijk maakte net die onvolledigheid duidelijk hoe selectief erfgoed wordt opgebouwd en hoe sterk het beeld van het galerielandschap afhankelijk is van wat bewaard, geregistreerd of gepubliceerd werd.

Wat ik uit deze stage meeneem, is een verhoogd bewustzijn van de rol van documentatie in de constructie van kunstgeschiedenis. De veldkaart functioneert niet enkel als overzicht van galeries, maar ook als reflectie op de mechanismen die bepalen wat zichtbaar wordt en wat buiten beeld blijft. Het werken met archiefmateriaal, gesprekken en verspreide bronnen heeft
duidelijk gemaakt dat het begrip ‘galerie’ geen vaste categorie is, maar telkens opnieuw wordt gevormd in de manier waarop het wordt vastgelegd, benoemd en gelezen.

 

ESN

wiki 3