Het netwerk en de organisatie van de Brusselse Club Antonin Artaud tussen 1962 en 1964

Toen de Brusselse vzw Club Antonin Artaud werd opgericht in 1962, was dit de eerste organisatie van haar soort in België. Vandaag bestaan dit soort verenigingen veelvuldig, toch blijven ze grotendeels onderbelicht. Bij het bestuderen van organisaties zoals de Club Antonin Artaud, ontbreekt in het bijzonder de kunsthistorische lens. Mijn stageproject draagt bij aan het opvullen van deze hiaten vanuit het standpunt van archiefzorg. Dit past binnen de bredere aandachtspunten en projecten van CKV, die er enerzijds op gericht zijn kunstarchieven in Vlaanderen en Brussel in kaart te brengen, en anderzijds de werking van ondersteunende studio’s te onderzoeken, hoe ze zijn gegroeid, en hoe zij omgaan met archiefzorg. Dit onderzoek situeert zich zowel op het niveau van de organisatie zelf als in relatie tot de kunstenaars en hun professionele loopbaan. In het kader van dit project ging ik aan de slag met de archieven rond de Club Antonin Artaud en schetste ik een beeld van de vroege jaren van de Club. Dit vormde een goede basis voor mijn onderzoek naar de rol van theater bij de Club in de periode tussen 1962 en 1964 in het kader van mijn bachelorproef in de opleiding kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent.

Jaimy Bal aan het werk in de Kunstenbibliotheek.

De Club Antonin Artaud: op het kruispunt tussen kunst en psychiatrie

De Club werd opgericht op 10 januari 1962 in Brussel door de kunstenaar Jean Raine (1927-1986), de neuropsychiater Jacques Bradfer (1933-2018) en de sociaal verpleegster Sankisha “Sanky” Rolin-Hymans (1927-2021). Ze troffen elkaar bij de theatergroep van het psychiatrische instituut in het Brugmann ziekenhuis. In het toenmalig klimaat van de deïnstitutionalisering van psychiatrie was er sprake van een shift van lange verblijven in een ziekenhuis naar meer open therapeutische kanalen. Men had meer aandacht voor de patiënt als individu, waardoor therapie steeds meer gezien werd als iets sociaal, in plaats van de voorgaande biologische aanpak. De focus op kunstpraktijken is een gevolg van deze nieuwe sociale benadering. Over theater bij de Club Antonin Artaud zei Jean Raine zelf: “[…] le théâtre permet de structurer une communauté, de consolider les liens entre personnes et d’associer leurs efforts au sein d’une action collective intensément vécue.”

Vanaf het begin was er de intentie om binnen de Club Antonin Artaud de focus op theater te bewaren. Deze wens wordt tevens uitgedrukt in de naam van de Club via de 20e-eeuwse theatermaker Antonin Artaud, die zelf verschillende jaren in diverse psychiatrische instellingen spendeerde. In mei 1963 was de theatergroep een feit en werden daarnaast verschillende andere groepen of ateliers op touw gezet. De meeste van die vroege activiteiten worden tot op heden aangeboden op verschillende momenten doorheen de week en hebben doorgaans specifieke ruimten in het huis waar de organisatie zich 64 jaar geleden vestigde.

De term ‘huis’ kan hier letterlijk genomen worden: de voorschriften voor de “nieuwe psychiatrie” buiten de muren van het ziekenhuis hechtten veel belang aan een huiselijke omgeving voor nazorgverenigingen. Die huiselijke sfeer is duidelijk in het gebouw van de Club en de terminologie die de leden gebruikten in de vroege jaren 1960. De eerste leden moesten het gebouw hevig restaureren, waardoor ook dit georganiseerd kon worden als een therapeutische activiteit. Ze maakten als het ware een thuis voor zichzelf.

Het onderzoek

De afbakening in tijd, de periode van 1962 tot 1964, in mijn onderzoek hanteerde ik ook in mijn mapping van de Club. Ik onderzocht systematisch het archief van de vereniging, dat zich voor deze periode grotendeels in de Archives et Musée de la Littérature in Brussel bevindt. Het gaat om ruim 2000 documenten die onderdeel uitmaken van het Fonds Jean Raine. Dit fonds ontstond uit Raines uitgebreid persoonlijk archief en werd een 20-tal jaar geleden aangemaakt door zijn echtgenote en medeoprichter Sankisha Rolin-Hymans.

Daarnaast bezocht ik de archieven van de Université libre de Bruxelles (ULB) en werden audiovisuele bronnen verkregen via contacten met de familie van Jean Raine en de archieven van de RTBF (Sonuma).

Tijdens dit proces had ik in het bijzonder aandacht voor het omvangrijke netwerk dat al snel na de oprichting ontstond. Daarnaast keek ik naar de sterk veranderende organisatie van leden, therapeuten en animatoren. Verder waren de culturele activiteiten van groot belang, zowel binnen als buiten het huis. Al snel kon ik een beeld vormen van de grote complexiteit en veelzijdigheid van de vereniging in haar eerste jaren.

De informatie uit deze archieven verzamelde ik in verschillende schema’s en lijsten. Ze bieden een overzicht van de mensen die in de beginjaren van de Club een rol hebben gespeeld. Op die manier stelde ik een lijst op van bijna 300 personen, een relatief klein aandeel van de ruim duizend jaarlijkse bezoekers (waaronder ook eenmalige bezoeken en niet-leden). Eveneens konden de ontwikkelingen van de administratie en de artistieke activiteiten in beeld gebracht worden. Hiervoor kwamen voornamelijk internen aan bod, leden van de Club, therapeuten en animatoren. Daarnaast blijkt dat de organisatie een duidelijke aantrekkingskracht uitoefende op een aantal externe figuren, van geïntrigeerde kunstenaars over collega-therapeuten tot genereuze schenkers die potentieel zagen in het nieuwe concept.

Archives et Musée de la Littérature, ML 08510/0001/454, Cover voor het programma van het evenement No op 11 november 1964, s.n., © Fonds Jean Raine – Coll. AML

Een complexe constellatie van mensen

Drie oprichters, Jean Raine, Jacques Bradfer en Sankisha Rolin-Hymans, gaven vorm aan de Club in samenwerking met de eerste leden. Zij hadden in feite dezelfde positie, aangezien een van de hoofdideeën in de organisatie van de Club was om een minimale hiërarchie te creëren. Zo werd initieel iedereen als ‘lid’ benoemd, artsen en patiënten waren gelijk in de mate van het mogelijke. Men voelde echter een nood aan een vorm van leiding, waardoor er vanaf de oprichting wel sprake was van hiërarchie in de vorm van een conseil d’administration, een administratieve raad, bestaande uit zorgverleners en patiënten die vergaderen over financiële en organisatorische aspecten. Later nam dit hiërarchisch karakter toe, met onder andere een raad van therapeuten, zonder toegang voor patiënten. Deze ontwikkeling leidde tot interne spanningen rond 1964-1965, tussen zowel patiënten als personeel, met als culminatie daarvan Jean Raine en Sankisha Rolin-Hymans die de Club verlieten in 1965.

De ateliers of groepen rond de artistieke activiteiten van de Club werden georganiseerd onder leiding van een moniteur of animateur, vaak iemand met ervaring in het medium, en een zorgverlener. Doorgaans vond elke activiteit wekelijks plaats op een vaste locatie, vaak een ruimte in het huis van de Club. Zo werkten de leden ongeveer anderhalf jaar aan de theaterzaal, die in 1963-1964 elke maandag gebruikt werd. Naast deze artistieke activiteiten werd het programma aangevuld met culturele excursies of opvoeringen en tentoonstellingen door de leden tijdens het weekend, waar vaak connecties met bekende kunstenaars naar voor komen, zoals de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers, die verschillende keren rondleidingen gaf bij tentoonstellingen.

Conclusie

De Club Antonin Artaud is een complexe organisatie die in haar eerste jaren verschillende veranderingen doormaakte. In slechts de vroegste twee jaar na de oprichting kruisten honderden tot duizenden paden er intensief. De idealen van de vereniging komen voort uit de inaugurale leden en de context van radicale veranderingen in Westerse psychiatrische zorg. De therapeutische aanpak via kunst werd een groot succes, alsook de integratie van de leden in de organisatie ervan. Het bouwen aan een eigen, gemeenschappelijke omgeving die fungeert als een (t)huis voor de leden was in de vroege jaren van de Club een essentiële activiteit.

Als een soort huis van de kunsten verenigt de organisatie mensen die voorheen vaak in de marge terechtkwamen en helpt ze bij hun sociale re-integratie. Vooral dit aspect kwam naar voren in mijn onderzoek. Kunst is hier essentieel in het faciliteren van een fundamentele verandering in zowel publieke opinie als intern, in de discipline van psychiatrie.

Ik ben CKV heel dankbaar om mij de ondersteuning en de mogelijkheid te geven om zo’n extensief archiefonderzoek te kunnen doen. Dankzij mijn stage kon ik nieuwe kennis verwerven over de omgang met archieven en nalatenschappen van kunstenaars en verenigingen, zowel vanuit het perspectief van onderzoek als dat van archiefzorg. Verder was het een heel aangename ervaring om een directe bijdrage te leveren hierin.

 

JB

Het onderzoek van stagestudent Jaimy Bal biedt CKV een verdiepend inzicht in de voorgeschiedenis van Supported Studio’s, in dit geval van de Brusselse Club Antonin Artaud, en in de sociaal-artistieke praktijken die zijn gegroeid vanuit een zorgcontext in Vlaanderen en Brussel. 

Dit onderzoek biedt daarnaast de kans om ons in bepaalde thema’s verder te verdiepen, zoals inclusie binnen de hedendaagse beeldende kunst. Daarnaast herinnert het er aan aandacht te hebben voor de positie en vaak kwetsbare rol van de kunstenaar binnen zowel de zorgcontext als het netwerk van de beeldende kunst, en in toekomstig onderzoek naar de geschiedenis en werking van Supported Studio’s. 

Het onderzoek van Jaimy toont aan hoe artistieke praktijken kunnen groeien vanuit een zorgcontext en tegelijkertijd deel uitmaken van het bredere artistieke netwerk van de beeldende kunsten. 

wiki 3