Hedendaagse kunst en welzijn: een spanningsveld
Op 25 maart trok CKV naar de studiedag “Supported Studio Master Classes – from Creation to Presentation” georganiseerd door Wit.h, Museum Dr. Guislain, Art et Marges Museum en LUCA School of Arts. Het doel? Kennismaken met de verschillende organisaties en atelierwerkingen die professionele werkomstandigheden en artistieke begeleiding bieden aan kunstenaars die extra ondersteuning nodig hebben bijvoorbeeld door intellectuele, lichamelijke, psychische of sociale kwetsbaarheden, waarbij zij in de eerste plaats worden erkend als autonome kunstenaars en niet als zorgontvangers.
Deze organisaties vertegenwoordigen niet enkel de diverse kunstenaars in hun professionele artistieke loopbaan maar zijn evenzeer een groeiend veld dat zich beweegt op het snijvlak van zorg, welzijn en de professionele kunstsector. De studiedag focuste zich op het traject van atelierpraktijk naar publieke zichtbaarheid. Via presentaties, een panelgesprek en workshops belichtten internationale experts hoe artistiek werk vorm krijgt binnen Supported Studio-omgevingen, hoe selectie en bemiddeling plaatsvinden, en hoe tentoonstellingsformats, woordgebruik en institutionele kaders de perceptie van de kunstenaar, het werk en de studio beïnvloeden.
Voor CKV bood deze dag een unieke kans om Supported Studio’s te ontmoeten en de uitdagingen rond archivering, waardering en behoud van dit kwetsbare erfgoed in kaart te brengen.
"Supported Studio Master Classes – from Creation to Presentation." Foto: CKV (2025)
Verloop van de dag
De studiedag vormde een podium voor internationale experts en grensverleggende praktijkvoorbeelden. Curator Pierre Muylle beet de spits af met een bevlogen presentatie over de projecten die hij in nauwe samenwerking met Supported Studio’s realiseerde. Zo passeerden projecten als Het Nieuwe Geniaal (2021-2022), The Crip School (2023), in samenwerking met Festival BUDA, Kunstencentrum Kortrijk en WIT.H, The Crip Academy (2023–ongoing) en TAGELDIMDE / MIDDLEGATE (2023) de revue.
Thomas Röske directeur van de Prinzhorn Collection in Heidelberg en expert in outsider art en kunst uit psychiatrische contexten bracht Friendly fire for art assistance and Supported Studio’s. Röske deelde voorbeelden van hoe supported kunstenaars worden beschreven en gepresenteerd. Vanuit de voorbeelden werd duidelijk hoe inclusiviteit in het hedendaagse kunstenveld soms ook nieuwe vormen van uitsluiting kan creëren.
Charlotte Hollinshead (Head of Artist Development, ActionSpace, London) liet ons kennis maken met de kunstenaars binnen het atelier en de trajecten die kunnen leiden tot internationale erkenning, zoals bij Nnena Kalu, winnaar van de Turner Prize 2025. Daarnaast stelde Florian Reese de werking van Atelier 10 in r, een gedeelde atelier- en galerieruimte in Wenen, voor.
De paradox van inclusie: van artistieke eigenheid naar de pasvorm van de hedendaagse kunst
Hoewel veel Supported Studio’s hun wortels hebben in de welzijnssector, is hun kerntaak fundamenteel artistiek. Het zijn professionele ateliers waar kunstenaars met intellectuele, lichamelijke, psychische of sociale kwetsbaarheden werken in een veilige omgeving. Hier staat het kunstenaarschap centraal; de zorgvraag is secundair aan het creatieve proces. Het doel is uitdrukkelijk artistiek en overstijgt het louter therapeutische.
Zodra dit werk de beschutting van het atelier verlaat en het reguliere kunstcircuit betreedt, ontstaan er wrijvingen. Vaak probeert men deze kunst in de rigide ‘pasvorm’ van de hedendaagse beeldende kunst te dwingen. Met het oog op gelijkwaardigheid worden werken gepresenteerd volgens de geldende conventies: uniforme kaders, strakke museumopstellingen en een gestandaardiseerde context. Dit roept echter dwingende vragen op over de aard van inclusie:
- Leidt gelijkschakeling tot echte inclusie? Of dwingen we kunstenaars uit Supported Studio’s simpelweg tot aanpassing aan een dominante norm?
- Is uniformiteit gelijk aan erkenning? Wanneer elk werk in hetzelfde type kader met identieke verhoudingen wordt gepresenteerd om ‘professioneel’ te ogen, dreigt anonimisering.
- Verliest de kunst haar eigenheid? In de drang om in een galerie- of museumconcept te passen, kan de unieke context en de specifieke stem van de kunstenaar verloren gaan.
De kernvraag blijft: is een geüniformeerde presentatie van diverse werken werkelijk inclusief, of is het een vorm van esthetische censuur die de rijkdom van het ‘anders-zijn’ uitwist?
Terminologie, erkenning outing
“How, then, do we communicate art and artists? Are distinctions and categorizations really helpful
when speaking about so-called outsiders? What objectives do we actually pursue in our roles as
curator, mentor, and facilitator?” Florian Reese, Atelier 10, Wenen
Een rode draad doorheen de studiedag was de nood aan de juiste terminologie. Hoe benoemen we kunstenaars in een ondersteunde setting zonder hen in een hokje te plaatsen? De discussie raakte de kern van de sector: moet de kwetsbaarheid of beperking van een maker expliciet worden benoemd, of leidt dit ‘outen’ juist tot een ongewenste focus op het medische in plaats van het artistieke? Een dergelijke nadruk bepaalt immers onvermijdelijk de manier waarop zowel de kunstenaar als het werk worden gewaardeerd.
De vraag of een beperking vermeld moet worden in een zaaltekst, lokte interessante reacties uit bij het panelgesprek en bij één van de workshops. Thomas Röske merkte scherp op dat zaalteksten in de reguliere kunstwereld vaak zó feitelijk en droog zijn, dat de persoonlijkheid van de maker volledig naar de achtergrond verdwijnt. Dit roept een fundamentele vraag op:
- Hoe vinden we de balans? Hoe geven we ruimte aan de menselijke en persoonlijke context van de kunstenaar zonder hun artistieke autonomie aan te tasten door hen onnodig te ‘outen’?
- Hoe willen kunstenaars uit Supported Studio’s, of ze nu onder de noemers outsider art of art brut vallen, zelf gezien, benoemd en gepresenteerd worden?
Het doel is niet het vinden van één universeel label, maar het creëren van een presentatievorm waarin de context de kunst verrijkt zonder de kunstenaar te reduceren tot zijn of haar kwetsbaarheid.
De Kunstenaar Centraal: Individuele Groei en de rol van de Facilitator
Binnen een Supported Studio staat de professionele ondersteuning van de kunstenaar voorop. Het doel is de ontwikkeling van een eigen beeldtaal en de opbouw van een duurzaam oeuvre. Een cruciaal aspect hierbij is de rol van de begeleider. Deze stelt zich uitdrukkelijk niet-sturend op: de kunstenaar bepaalt de koers en de presentatie van het werk, terwijl de begeleider een louter faciliterende rol vervult.
Deze dynamiek creëert een sterke vertrouwensband. De facilitator fungeert enerzijds als bewaker van de veilige atelierruimte en slaat anderzijds de brug naar de professionele kunstwereld.
Wat betekent dit voor het archief? (De blik van CKV)
De ontmoetingen met de verschillende studio’s leverden voor CKV vragen op voor de toekomst van de archivering in dit deel van het hedendaagse kunstenveld:
- Zeggenschap, eigendom en zorg: Hebben kunstenaars inspraak in wat er over hen bewaard wordt? Wie bezit de eigendomsrechten van het fysieke werk en de digitale documentatie? Wie is verantwoordelijk voor archiefzorg en hoe verhoudt het professionele kunstenarchief zich met dat van de organisatie, studio, atelier? Hoe is het eigendom van de werken, collectie en archief geregeld, vastgelegd?
- Archiefbeschrijvingen: Hoe beschrijven we deze collecties zonder de gevoelige balans tussen zorg en kunst te verstoren? Er is een risico dat archieven de (soms beperkende) terminologie uit de presentatie klakkeloos overnemen. De vraag is of de huidige standaarden en termenlijsten volstaan om Supported Studio’s en hun praktijken op een respectvolle en accurate manier te ontsluiten.
- Waardering en selectie: Omdat de begeleider vaak ook de beheerder van het archief is, rust er een grote verantwoordelijkheid op hun schouders. Hoe gaan facilitators om met deze rol? In de reguliere kunstwereld is de keuze over wat bijgehouden wordt en wat niet vaak een samenspel van galeriehouders, musea, de kunstenaar, diens nabestaanden en de kunstmarkt. In een Supported Studio ligt deze verantwoordelijkheid bijna volledig bij de facilitator en het netwerk van de kunstenaar. Dit maakt de facilitator niet alleen een mentor, maar onbedoeld ook een archivaris van de professionele loopbaan van de kunstenaar(s).
- Nalatenschap: Een van de meest kwetsbare punten is de nalatenschap. Wat gebeurt er met de werken, de praktijk en het archief wanneer een kunstenaar overlijdt of de studio verlaat? Het ontbreken van een duidelijk protocol voor deze overgangsmomenten vormt een risico voor het behoud van dit unieke erfgoed.
Conclusie
Voor CKV was deze studiedag een startpunt om de noden van dit ‘onzichtbare’ veld beter te begrijpen. De komende periode zullen we de dialoog blijven aangaan met de studio’s om dit unieke artistieke erfgoed beter te begrijpen. De vragen die tijdens deze studiedag naar boven kwamen, nemen we mee op onze bezoeken.